Terugblik werkbezoek: op bezoek bij de redactie

Foto: Stichting Art

We blikken terug op het werkbezoek in Amsterdam. Marina de Vries schrijft over  het ‘nieuwe normaal’ bij het Museumtijdschrift.

Hoewel het nu lastig is om voor te stellen, was het op 27 januari nog volkomen normaal dat de carrièrecommissie met een grote groep studenten in de trein stapte. Op deze dag gingen we op werkbezoek naar Amsterdam. De activiteit stond volledig in het teken van werken op de redactie. We bezochten daarom twee redacties, die erg van elkaar verschillen. Stichting Art ging langs bij het Museumtijdschrift en de Volkskrant.

In de ochtend werden we door hoofdredacteur Marina de Vries van het Museumtijdschrift welkom geheten aan de Rapenburgerstraat. Samen met redactieleden Jaron Beekes en Marjolein Geraedts vertelde zij ons alle ins en outs van het maken van het tijdschrift. Elk redactielid was daarnaast bereid hun carrièrepad toe te lichten. Het was interessant om te horen hoe iedereen op een unieke manier, met verschillende studieachtergronden, bij Museumtijdschrift terecht is gekomen en welke talenten ze er kunnen benutten. Als je op hun redactie werkt, denk je vaak maanden vooruit. Daarnaast moet je altijd op de hoogte zijn van alles wat er gebeurt in de museumwereld. Als stagiair heb je hier veel verantwoordelijkheid voor de website en een vlotte pen is van grote waarde. Al met al hebben we tijdens ons bezoek een goed beeld kunnen krijgen van het werk bij Museumtijdschrift en de sfeer op de redactie.

Later die dag vertrokken we naar het INIT-gebouw waar Wieteke van Zeil, redacteur cultuur bij de Volkskrant en bekend van de wekelijkse serie ‘Oog voor Detail’, ons opwachtte. We werden eerst rondgeleid door de kantoortuin waar een fysieke scheiding in de vorm van een brug het ‘harde’ van het ‘zachte’ nieuws scheidt. Aan de zachte nieuwskant namen we plaats in een vergaderruimte. Hier kregen we de gelegenheid om Wieteke al onze vragen te stellen over hoe je als kunsthistoricus bij de Volkskrant aan de slag kunt. Ze vertelde daarnaast over het schrijverschap, redactiewerk en de lezingen die ze geeft en ze deelde haar carrièretips met ons. Ook Chris Buur, verantwoordelijk voor Katern V, schoof nog even aan en vertelde over zijn ervaringen bij de Volkskrant. Al koffiedrinkend bij de automaat konden we ons voorstellen hoe wij hier in de toekomst wellicht zelf als redacteuren zouden rondlopen. Werken bij de Volkskrant vraagt niet zozeer het vermogen ver vooruit te kunnen denken, wat bij Museumtijdschrift wel wordt verwacht. De Volkskrant komt dagelijks uit, dat vereist een andere mindset. Snel kunnen werken, flexibiliteit en inspelen op de actualiteit lijkt hier belangrijker. Soms worden door deze snelheid van werken kleine foutjes over het hoofd gezien. Daar moet je dan mee om kunnen gaan.

Kortom, tijdens dit werkbezoek hebben we inzicht gekregen in de verschillende manieren waarop een kunsthistoricus bij een redactie kan werken. De taken, de werkomgeving en het tempo op de redactie van Museumtijdschrift zijn anders dan die op de redactie van de Volkskrant. Voor toekomstige redactieleden, schrijvers en journalisten werd tijdens deze activiteit vooral duidelijk dat het van belang is je af te vragen waar jij jezelf ziet werken, en op welke manier je dat het liefst wil doen.
In dit coronatijdperk kan het lastig zijn om na te denken over de toekomst. Plannen maken voor de rest van je studie of de tijd na je studie is moeilijker als je niet weet hoe het werken (op een redactie bijvoorbeeld) er nu of in de nabije toekomst uitziet. We vroegen daarom Marina de Vries om iets te kunnen schrijven over hoe het is om bij Museumtijdschrift te werken in deze vreemde tijd. Lees hieronder hoe de redactie zich heeft aangepast aan de huidige situatie:

‘Museumtijdschrift is het grootste onafhankelijke kunsttijdschrift van Nederland en verschijnt 8 keer per jaar als papieren tijdschrift. Daarnaast vinden er dagelijks activiteiten plaats op hun website, Facebook en Twitter. De activiteiten zijn erop gericht om lezers te enthousiasmeren en te informeren over actuele tentoonstellingen in Nederland en omliggende landen. Daarbij fungeert Museumtijdschrift voor lezers als baken en gids.
Op donderdag 12 maart 2020 veranderde de wereld drastisch, met een kettingreactie van musea die hun deuren sloten vanwege de dreiging van het coronavirus en alle consequenties van dien, ook voor het tijdschrift. Dat heeft namelijk ongeveer een productietijd van drie maanden, wat inhoudt dat drie maanden van tevoren de onderwerpen worden bepaald. Nummer 3 lag nog net niet bij de drukker, maar van de tentoonstellingen beschreven in de acht grote artikelen ging uiteindelijk geen enkele door. Desondanks besloot de uitgever het nummer uit te brengen. Veel abonnees reageerden aangenaam verrast, ook zonder de tentoonstellingen te kunnen bezoeken vonden ze het prettig om over kunst te lezen.
Online hebben we onze (gratis) activiteiten vrijwel direct aangepast. Aangezien de nieuwsvoorziening stagneerde en de wekelijkse tip en recensie niet meer door konden gaan, hebben we ons gericht op een breed scala aan thuistips, met mooie boeken, podcasts, kunstenaarsportretten en bijzondere collecties van grote, buitenlandse musea die ook online de moeite waard zijn. Met de medewerkers en de stagiair, die vanaf half maart thuis werkten, is via Zoom contact gehouden. Onze stagiair in deze tijd heeft een essentiële bijdrage geleverd aan de online tips en activiteiten.
Deze snelle aanpassing heeft voor ons goed uitgepakt. Voorop stond dat we contact wilden houden met abonnees en mogelijk toekomstige lezers en dat is gelukt. De nieuwsbrief wordt als vanouds gewaardeerd, het bereik van de website en social media is eerder toe- dan afgenomen. We zijn ondanks de gesloten musea als tijdschrift zichtbaar gebleven.
Intussen hebben we voor nummers 4 en 5 de artikelenreeks ietwat aangepast, door ons in een aantal artikelen ook op buitenkunst en wat tijdlozer onderwerpen te richten. We gaan ervan uit dat het maken van nummer 6, dat na de zomer verschijnt, weer tamelijk normaal gaat verlopen, dat wil zeggen dat de artikelen aansluiten bij tentoonstellingen die op dat moment zijn te zien.
Na de zomer volgt een evaluatie van deze uitzonderlijke periode, waarbij hopelijk de binding tussen het tijdschrift en zijn lezers is versterkt.’