Foto: Renate Chede

In the spot: Imara Limon

Imara Limon is conservator bij het Amsterdam Museum. We stelden haar onder andere vragen over haar carrière, uitdagingen en de opleiding kunstgeschiedenis. Afsluitend gaf ze waardevolle carrièretips. 

Hoe ziet uw carrièrepad er (in grote lijnen) uit?
Aan de Universiteit van Amsterdam volgde ik tussen 2006 en 2013 de bachelor Kunstgeschiedenis, de master Erfgoedstudies met het traject Museumstudies, en de onderzoeksmaster Cultural Analysis. Met deze brede basis werkte ik na mijn afstuderen enkele jaren als freelancer aan tentoonstellingen voor kunstenaars, curatoren en galeries. In 2016 maakte ik als gastcurator de tentoonstelling Zwart Amsterdam in het Amsterdam Museum tijdens de eerste editie van de Black Achievement Month in Nederland en in 2017 won ik de Nationale Museumtalentprijs. Bij het Amsterdam Museum ben ik nooit meer weggegaan. Ik heb er hard voor gewerkt om een vaste aanstelling te krijgen als conservator. Ook ben ik voorzitter van de ondernemingsraad, omdat ik bestuurskundige zaken interessant vind. Beleid en financiën zijn bijvoorbeeld niet los te zien van wat een organisatie doet op inhoudelijk vlak, evenals de omgang met duurzaamheid en medewerkers.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor u ongeveer uit?
Net als vele anderen werk ik voorlopig nog thuis vanwege de maatregelen rond het coronavirus, dus met een koffie achter mijn bureau in de logeerkamer. Mijn zoon gaat inmiddels weer naar de crèche, maar in die twee maanden thuis heb ik hem stap voor stap zien leren lopen. Bijzondere tijden. Tot half maart 2020 zag elke dag er anders uit. Een groot gedeelte bestaat uit overleggen met teams, partners, en kunstenaars. In het museum of op locatie. Soms geef ik lezingen of workshops, een rondleiding in het museum of ben ik voor een afspraak in het depot. Als ik onderzoek doe of teksten schrijf en redigeer blokkeer ik een dagdeel in mijn agenda.

Naast mijn werk bij het Amsterdam Museum ben ik adviseur bij het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Mondriaan Fonds en bestuurslid van Kunsten ’92, de overkoepelende belangenbehartiger er verbinder van de culturele en creatieve sector. Het is altijd een hele puzzel met de agenda, maar ik vind het belangrijk om de avonden zo veel mogelijk vrij te houden voor een bezoek aan programma’s van andere culturele organisaties, en privé-afspraken met vrienden en familie.

Is er, terugkijkend op uw studie kunstgeschiedenis en werkervaring in het Amsterdam Museum, iets dat volgens u ontbreekt of veranderd zou kunnen worden bij de huidige kunstgeschiedenis opleidingen?
Kunstgeschiedenis heeft mij leren kijken en analyseren. Het besef dat de combinatie van kleur, textuur, vorm, compositie, en medium vaak zoveel meer betekent of onthult dan je in eerste instantie ziet. Die betekenisgeving komt voort uit bepaalde culturele conventies. Ik moet wel eerlijk zeggen dat het kritisch ontleden van die conventies – vaak haast vanzelfsprekend ‘westerse’ conventies – pas uitgebreid aan bod kwam tijdens mijn studies Erfgoedstudies en Cultural Analysis. Het gaat vaak over een curriculum inclusiever maken, maar ik geloof niet dat het zo simpel is in de praktijk en zie in dit geval een andere oplossing. De meeste studies Kunstgeschiedenis in Nederland zouden hernoemd moeten worden. De Westerse Kunstcanon bijvoorbeeld. Dat dekt beter de lading van welke geschiedenis er centraal staat en door wiens ogen deze geschiedenis wordt geïnterpreteerd.

Wat zijn de leukste aspecten en wat zijn de uitdagingen van uw werk?
Het mooiste aspect van mijn werk is tegelijk de grootste uitdaging. Ik wil bijdragen aan een verbreding van de nog te eenzijdige blik op (kunst)geschiedenis waarbij het perspectief van migranten in Nederland, om maar iets te noemen, vaak ontbreekt. In 2017 initieerde ik daarom bij het Amsterdam Museum de meerjarige programmalijn New Narratives dat zich richt op het herschrijven van geschiedenissen en het bieden van nieuwe inzichten, zowel voor bezoekers als medewerkers. Voor publiek zijn er rondleidingen waarbij gastrondleiders van buiten het museum je meenemen door de zalen vanuit hun eigen perspectief en expertise. Met thematiek variërend van feministische vraagstukken, het slavernij- en koloniale verleden van Amsterdam tot LHBTI+-gerelateerde onderwerpen, religie en hedendaagse perspectieven op grootstedelijke kwesties. Inmiddels is New Narratives ook gericht op tentoonstellingen. In 2019 trad Jörgen Tjon A Fong (artistieke leider van Urban Myth) op als gastcurator van de tentoonstelling Hollandse Meesters Her-Zien (oktober 2019 – oktober 2020) in de Amsterdam Museum-vleugel van de Hermitage Amsterdam. Daarin werden dertien nieuwe, hedendaagse fotoportretten van (vertolkingen van) zwarte Amsterdammers uit de zeventiende en achttiende eeuw gepresenteerd. Deze gaan nu een dialoog aan met de spectaculaire grote historische zeventiende-eeuwse groepsportretten van het Amsterdam Museum. In november 2020 zetten we deze dialoog voort middels een volgende tentoonstelling.

Hoe gebruikt u uw studie kunstgeschiedenis op uw werk?
Als conservator houd ik mij bezig met maatschappelijke kwesties die ook een rol spelen in de stad, tentoonstellingen, publieksprogrammering, veel samenwerkingen met partijen en makers in de stad en soms ook daarbuiten, nieuwe aanwinsten voor de collectie, en inhoudelijk onderzoek. Het leuke van het Amsterdam Museum is dat wij als stadsmuseum juist mensen centraal stellen en wat hen allemaal bezighoudt. Dat is veel breder dan kunst, al ligt mijn specialisatie bij maatschappelijk geëngageerde hedendaagse kunst. Zo werk ik momenteel aan Refresh Amsterdam, een tweejaarlijks project waarbij het Amsterdam Museum samen met culturele organisaties in de stad een groot programma samenstelt vol hedendaagse makers uit verschillende artistieke disciplines, dit najaar rond het thema sense of place. Op de locatie van het Amsterdam Museum komt dit jaar een tentoonstelling met werk rond dit thema: hoe voelen mensen zich bij deze stad? Wie kan zich er thuis voelen? Wat verandert er in je buurt? Of juist herinneringen uit het Amsterdam van toen.

Heeft u tips voor studenten? Dit kan algemeen zijn, bijvoorbeeld over: wat te doen tijdens/na onze studie om een carrière op te bouwen, maar het mag ook specifieker in relatie tot uw eigen carrière en werk bij het Amsterdam Museum.
Wat mij geholpen heeft om een carrière op te bouwen is het leren kennen van de sector. Volg je interesses en doe actief mee, ook tijdens je studie. Lees je een tekst die je aanspreekt? Ga naar een lezing van de auteur. Bezocht je een interessante tentoonstelling? Kijk wat de organisatie nog meer doet en ga erheen, of stuur de tentoonstellingsmaker of kunstenaar een bericht. Volg ook het (inter)nationale cultuurbeleid, juist nu er zoveel aan de hand is in de wereld en culturele instellingen zich voortdurend herpositioneren. Loop stage en sluit je aan bij een club of vereniging. De beste tip kreeg ik van de huidige artistiek directeur van het Amsterdam Museum, Margriet Schavemaker, die ook één van mijn eerste docenten Kunstgeschiedenis was: “Geloof in jezelf, en laat je niet afleiden.”