Rondetafelgesprek: bachelorstudenten over hun carrière

Gespreksleiders: Sabine Jamar en Roelant van der Steen

Tekst: Roelant van der Steen

Foto: v.l.n.r. Linde, Marthe, Jannis en Dyreen

Hoe zijn bachelorstudenten al bezig met hun carrière? We spraken met vier studenten van de bachelor Kunstgeschiedenis aan de UU uit verschillende jaarlagen: Linde Beemsterboer (20) zit in het eerste jaar, Marthe van ’t Veld (23) is tweedejaarsstudent en volgt het verdiepingspakket Moderne en hedendaagse kunst en architectuur, Jannis de Reu (20), derdejaarsstudent, volgt hetzelfde verdiepingspakket en ook Dyreen Brouwer (22) volgt dit pakket, zij zit nu in haar vierde studiejaar. Het gesprek start met de vraag hoe ze bij Kunstgeschiedenis terecht kwamen en welke ambities ze hebben voor hun carrière.

‘Het was een beetje een impuls,’ begint Marthe. ‘Ik had twee tussenjaren waarin ik veel twijfelde en steeds weer terugkwam bij Kunstgeschiedenis. Toen dacht ik: ik schrijf me gewoon in. Qua carrière heb ik niet veel plannen. Ik probeer nu zoveel mogelijk aan mijn CV te plakken, zodat ik later veel kansen heb.’ ‘Ik kom van de kunstacademie en daar kwam ik erachter dat ik het bestuderen van kunst veel interessanter vind dan het zelf te maken,’ zegt Linde. ‘Met ambities ben ik eerlijk gezegd nog helemaal niet bezig. Ik vind musea wel tof, dus heel misschien zou ik daar iets mee willen doen. Of misschien word ik wel CKV-docent. Ik zie wel later.’ Jannis: ‘Origineel was ik bezig met toelating voor het conservatorium, voor muziekproductie. Ik werd afgewezen. Er was altijd ook altijd al een liefde voor geschiedenis en beeldende kunst. Zo kwam ik bij Kunstgeschiedenis terecht. Ik heb het gevoel dat de wereld heel snel gaat nu, vooral qua carrièrevooruitzichten. Ik wil niet over anderhalf jaar al gaan werken. Nu kijk ik naar een extra bachelor Rechtsgeleerdheid.’

Dyreen hoopt volgend jaar af te studeren: ‘Hiervoor heb ik een jaar Theaterwetenschappen gedaan. Ik had de ambitie om die studie te combineren met Kunstgeschiedenis. Vanaf de middelbare school wilde ik namelijk al docent worden. Theaterwetenschappen was niet zo leuk, dus toen werd het alleen Kunstgeschiedenis. Met mijn carrière zit ik nog steeds op hetzelfde idee. Ik ben me nu aan het verdiepen in het hele educatiesysteem en de mogelijkheden daarbinnen. Ik probeer heel duidelijk mijn doel voor ogen te houden.’

‘Dat is heel anders, als je echt een doel hebt,’ reageert Marthe. ‘Ik weet het nog niet zo goed. Ik denk ook aan onderwijs, maar dan hoger onderwijs. Leiding of organisatie lijkt me aan de andere kant ook heel leuk. Ik doe altijd wat ik leuk vind op dat moment. Volgend jaar ga ik Filosofie als tweede bachelor doen. Ik wil nog heel veel kennis opdoen. Ook ga ik stage lopen. Aan de hand van al die ervaringen en kennis kan ik dan keuzes maken voor mijn carrière. Ik pas dus niet nu al mijn keuzes aan op mijn latere carrière.’

‘Ik herken me daar heel erg in, nu gewoon de credentials en kennis vergaren,’ merkt Jannis op. ‘Later zie ik dan wel hoe ik die ga toepassen. Ik doe Modern en hedendaags bij Kunstgeschiedenis, omdat ik denk dat de cutting edge dingen die nu spelen in de kunstwereld moeilijker te leren zijn zonder begeleiding van docenten. Daarnaast volg ik een minor Antieke cultuur.’ Iedereen lacht. ‘Wat een lekker contrast,’ zegt Dyreen. Jannis gaat verder: ‘Rechtsgeleerdheid ga ik misschien minder doen omdat ik het heel leuk vind, maar omdat ik expres niet nog iets bij Geesteswetenschappen wil gaan doen. Aan Rechtsgeleerdheid is toch wel meer een carrièrevooruitzicht te verbinden.’ ‘Laat je je daardoor veel sturen?,’ vraagt Dyreen. ‘Het enige dat me stuurt is dat ik niet nog iets bij Geesteswetenschappen wil doen, alleen al omdat er ook andere toolsets zijn.’ Marthe denkt daar anders over: ‘Ik hou heel erg van het nadenken over dingen. Omdat filosofie en kunst zo dichtbij elkaar liggen wil ik juist twee studies binnen Geesteswetenschappen doen. Ik vind het grappig om te zien hoe je vanuit dezelfde studie zulke andere kanten op kan.’

‘Lesgeven en onderwijs lijkt me ook erg leuk,’ zegt Linde. ‘Ik wil wel liever voor Oude kunst en architectuur kiezen. Het lijkt me leuk om les te geven aan de universiteit, maar het onderzoek staat me helemaal niet aan. Als ik denk aan mijn carrière later – en ik ben helemaal niet carrièregericht – dan zou dat veel te ondernemend zijn voor mij. Passief lezen vind ik veel fijner. Ik had deze studie graag gedaan als hij ook op het HBO bestond.’ Jannis stelt haar gerust: ‘Ik ken je natuurlijk niet zo goed, maar ik denk dat dat nog wel gaat veranderen. Je bent nog steeds vooral aan het lezen bij Kunstgeschiedenis, ook al doe je onderzoek.’

‘Er zijn drie dingen die me echt interesseren,’ zegt Linde. ‘Dat zijn kunstgeschiedenis, theater en muziek. Laatst dacht ik dan ook, iets als Muziekwetenschappen, als dat nou leuk is in combinatie met Kunstgeschiedenis. Dan creëer je een heel uniek visitekaartje voor jezelf. Misschien ga ik daar ooit iets mee doen, als ik eenmaal de mindset voor papers krijg.’ Marthe reageert: ‘Kunstgeschiedenis en Filosofie zou ik later eventueel als combinatie kunnen gebruiken, maar nu was het vooral een keuze omdat ik het leuk vond. Dat is mijn eerste prioriteit. Daarna kun je het altijd nog combineren in je carrière.’ ‘Eens,’ antwoordt Linde.

‘Ik denk dat ik Kunstgeschiedenis en Recht niet meteen wil combineren,’ zegt Jannis. ‘Er zijn wel overlappingen, met veilingen, notariaat en kunstroof bijvoorbeeld. Ik leef toch meer een beetje als een romanticus. Het idee dat ik iets over kunst kan zeggen, iets over Grieks en Latijn, over de Atheense democratie en de Romeinse republiek, maar ook over Nederlands recht …’ ‘Jij wilt gewoon een soort homo universalis zijn,’ roept Dyreen. ‘Absoluut,’ antwoordt Jannis. ‘Ik geloof dat kennis die niet per se belangrijk is voor je carrière je ook echt wel een beter mens kan maken.’

Het gesprek gaat verder over wat ze naast hun studie nog allemaal doen op carrièregebied. ‘Ik zit nu bij de ledenraad van de Rabobank Noord-Veluwe,’ begint Marthe. ‘Dat is dus iets compleet anders dan mijn studie, maar wel een manier om nieuwe kennis en ervaringen op te doen. Ik heb verder ook vrijwilligerswerk gedaan en altijd gewerkt in supermarkten, horeca en zo. Ik doe ook commissies bij Stichting Art.’ ‘Ik denk dat de meeste kunstgeschiedenisstudenten naast hun studie wel commissies doen daar,’ vindt Jannis. ‘Het ziet er mooi uit op je CV en het is gewoon heel leuk. Ik ga ook veel naar veilingen, omdat ik ze heel leuk vind. Ondertussen ken ik daar al wat mensen en weet ik goed hoe alles er verloopt. Als ik verderga in de kunstgeschiedenis ga ik ook het liefst de kunsthandel in.’

‘Eerlijk gezegd ben ik nog niet bezig met dingen naast mijn studie, ook omdat ik niet zou weten waar ik moest beginnen,’ bekent Linde. ‘Er is een kleine kans dat ik later de theaterwereld in ga, daar ligt mijn hart. Met kunstgeschiedenis heeft dat alleen niet veel te maken. Bij mijn toneelvereniging zit ik ook in een commissie. Verder werk ik bij een tankstation. Kunstige bijbaantjes lijken me heel leuk, maar dat is wel lastig.’ ‘Ik denk dat je niet per se iets hoeft te doen met kunst,’ antwoordt Marthe. ‘Mijn werk is heel anders, maar het laat wel aan toekomstige werkgevers zien dat je meer hebt gedaan dan alleen je opleiding. Ik wil natuurlijk ook wel meer werken en stage lopen binnen de kunstwereld. Dat is voor later ook wel belangrijk en vooral leuk.’ ‘Mijn keuze voor een bestuursjaar bij Stichting Art was wel echt carrièregericht, naast dat  het me heel leuk leek’ zegt Dyreen. ‘Verder werk ik nu ook, maar ik doe weinig in de kunstwereld. De opties zijn helaas minimaal en er zijn altijd mensen die beter bij de functie passen. De vraag vanuit ons als studenten is groot, maar het aanbod is heel klein.’ Iedereen knikt.

Zien ze bezig zijn met hun carrière als iets intimiderends, willen we weten. ‘Ja,’ zegt Linde. ‘Dat is iets persoonlijks. Als ik eraan denk dat ik over tien jaar aan een vaste baan zit, dan kan ik daar echt stress van krijgen. Ik woon liever afgesloten in de natuur.’ Dyreen reageert: ‘Wat grappig. Ik ben precies het tegenovergestelde. Dat beeld vind ik juist heerlijk. Ik heb zin om afgestudeerd te zijn en te doen wat ik wil doen.’ ‘Dat is zo anders met een doel,’ herhaalt Marthe. ‘Bezig zijn met je carrière en kennis op doen, vind ik niet intimiderend, het beeld van de rest van je leven werken wel. Het is wel mijn droom dat ooit te bereiken, maar nu is het eng. Dat onbekende, dat vind ik het meest intimiderende.’ ‘Ik heb die onzekerheid soms ook wel,’ geeft Dyreen toe. ‘Het idee van solliciteren en op veel plekken misschien afgewezen worden, dat kan ik doodeng vinden.’

‘Ik merk vooral dat het lastig is dat alles nu zo snel gaat,’ zegt Jannis. ‘Ik kijk wel uit naar een stabiele toekomst. Om alle mogelijkheden die langskomen te benutten, moet je alleen constant aanstaan. Dat vind ik wel moeilijk.’ ‘Alles gaat nu zo als een sneltrein,’ bevestigt Marthe. ‘Ik doe nu wat ik leuk vind. Als ik er ooit achter kom wat ik echt wil gaan doen, maak ik dan nu wel al de juiste keuzes? Moet ik daar nu al mee bezig zijn? Als ik alleen maar denk aan de toekomst, dan vergeet ik waar ik nu mee bezig zijn. Ik wil genieten van mijn studie.’

‘Ik check regelmatig LinkedIn, dat is een van mijn guilty pleasures,’ zegt Dyreen. ‘Ook via de facebook van onze opleiding blijf ik op de hoogte van de kunstwereld en het werkveld. Ik probeer regelmatig contact te houden met mensen die ik ken en die in een voor mij interessant werkveld zitten. Dan weten ze dat ik nog besta.’ Jannis is het eens: ‘Ik vind het heerlijk om op LinkedIn een beetje dik te doen en te zien hoe andere mensen dat ook doen. Ik heb ooit een keer gesolliciteerd op een stage bij Sotheby’s, dat ben ik niet geworden, maar ik sta nu dus wel ergens in hun mailbox. Netwerken is heel belangrijk, gewoon super veel mensen ontmoeten.’ ‘Netwerken vind ik altijd zo groot klinken, het kan ook gewoon heel basaal en persoonlijk contact zijn,’ zegt Marthe. Dyreen knikt: ‘Voor de fase waar we nu in zitten is dat dé manier.’

‘Mijn LinkedIn is verstoft,’ zegt Linde. ‘Netwerken vind ik ook lastig. Mijn studiegenoten heb ik nog nauwelijks gezien. Je spreekt nu niet veel mensen.’

Tijd voor de laatste vraag. Hoe ziet hun ideale carrière eruit? ‘In mijn ideale wereld is er veel meer aandacht voor kunst en cultuur op scholen,’ zegt Dyreen. ‘Ik wil leerlingen daar enthousiast over kunnen maken.’ Marthe: ‘Ik zou meer contact willen tussen het theoretische en praktische onderwijs, dat daar minder harde grenzen tussen zitten. Daar zou ik best graag aan willen werken. Ik heb er ook aan gedacht om iets met politiek te doen, zodat ik invloed kan uitoefenen.’ ‘Ik zou ook wel meer overlap zien tussen ons als theoretici en de kunstenaarswereld,’ voegt Dyreen toe. ‘Dat mis ik enorm.’ ‘Ik wil best wetenschappers opleiden, maar ik hoef er zelf geen te zijn,’ vertelt Linde. Jannis wil vooral eerst zijn bachelors en master afronden. ‘Wat daarna komt, durf ik niet te zeggen. Ik hoop bezig te kunnen blijven met kunst. Daar ligt mijn hart.’

‘we zijn nu allemaal op een punt in ons leven waar er heel veel verandert en er veel meer van je wordt verwacht,’ concludeert Jannis. ‘Je denkt al snel dat je medestudenten veel verder zijn dan jij, terwijl dat eigenlijk altijd wel meevalt.’ ‘Iedereen vindt het eng,’ zegt Marthe. ‘Iedereen heeft twijfels, zelfs de mensen die het allemaal op orde lijken te hebben.’ ‘Doe vooral wat je leuk vindt, status is niet belangrijk,’ stelt Linde. Het slotwoord is aan Dyreen. ‘Wat ik nog wil zeggen: wees vooral niet bang om op mensen af te stappen. Over het algemeen vinden ze het superleuk om over hun carrière en leven te praten. Maak daar gebruik van. Alle mensen zijn gewoon een beetje egoïstisch. Dat merk je ook wel aan hoe wij hier nu zoveel delen over ons leven.’