‘Poëzie van film’: een interview met documentairemaker Ida Does

Tekst: Luc Berendsen

Foto: Mona van den Berg

In dit gesprek praten we met documentairemaker Ida Does. Ze heeft meerdere succesvolle documentaires gemaakt. De recentste, ‘Nieuw Licht: Het Rijksmuseum en de slavernij,’ uit 2021, draait om de opbouw van de tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum. Ze maakte ook andere documentaires over vergelijkbare onderwerpen, zoals ‘Amsterdam, Traces of Sugar’, uit 2017, waarvoor ze ‘Best Documentary Feature’ bij het CaribbeanTales International Film Festival ontving. Dit gesprek gaat over het maken van documentaires, perspectief en een aankomend project.

Wat is eigenlijk precies het werk als regisseur van een documentaire en waar komt het eerste idee vandaan?

Je bereidt de film vaak inhoudelijk en artistiek voor en schrijft een filmplan. Vervolgens onderhandel je met diverse stakeholders zoals producenten, omroepen, locaties en platforms, maar ook hoofdpersonen en instellingen. Het bedenken en verloop van het hele proces is werk voor de regisseur, van idee tot film. Een eerste idee kan komen vanuit dingen die gebeuren in de samenleving, krantenartikelen of actuele berichten maar ook dingen die al langer in jezelf borrelen. Vaak komen deze dingen dan samen tot een initiatief. Het kan ook iets zijn wat je op straat tegenkomt, of in de lift of bij je buurman bijvoorbeeld. Het kan van alles zijn, zolang je maar denkt: hé, ik ben nieuwsgierig naar wat hierachter zit en wat er mogelijk zou zijn.

Kunt u kort uitleggen hoe een documentaire tot stand komt?

Het proces van een documentaire bestaat ook uit een aantal stappen: pre-productie, productie en postproductie. Het begint met een idee en daar moeten vervolgens partners bij gezocht worden. In Nederland zijn hier diverse fondsen voor. Bij de grote fondsen, zoals het NPO-fonds of het Filmfonds, moet je altijd met een gevestigde producent samenwerken. In pre-productie onderzoek je een onderwerp, schrijf je een filmplan en zoek je partners. In productie film en edit je en in de postproductie wordt de gemonteerde film opgepoetst door een geluidsstudio en een beeldbewerkingsstudio. Dan volgt de première, uitzending, distributie en vertaling of ondertiteling.

Bent u wel eens met meerdere films tegelijk bezig?

Meestal kun je het je niet permitteren om met maar één project bezig te zijn en als kunstenaar doe je dat ook niet. Want ja, er borrelen altijd dingen. En dan is het belangrijk om een notitieboekje of database te hebben waarin je ideeën opschrijft. Zodra de montage bezig is, focus ik me wel gewoon zoveel mogelijk op het maken van de film en blokkeer je je agenda ook. Ik ben dan alleen bezig met de mensen die in de montage van belang zijn.  Uiteindelijk is de montage de definitieve geboorte van de film. Focus en flow zijn dan echt essentieel.

Gebruikt u zelf ook een notitieboekje?

Ja, ik heb verschillende notitieboekjes of een notitie op mijn telefoon, soms stuur ik zelfs een email naar mezelf als reminder: ‘Ga hier naar kijken of zoek dat nog eens op.’

Hoeveel creatieve vrijheid heeft u bij het maken van documentaires?

Veel, omdat ik een eigen beeldtaal en een eigen handtekening wil hebben. Tenzij het een opdrachtfilm is, dan is de klant koning. Maar vaak kiest de klant je juist vanwege je filmische handtekening. Mensen kiezen een regisseur voor de manier waarop ze filmt , de stijl die je hanteert en de persoon die je bent.

Wat maakt volgens u een goede documentaire?

Een goed verhaal en goede personages neerzetten. Een goed verhaal is vooral de manier waarop de regisseur het verhaal vertelt. Vaak zoek ik naar nabijheid: ik probeer zo veel mogelijk dicht op het onderwerp of op de mensen te zitten, dus vertrouwen is daarbij heel belangrijk. Ik wil mijn personages wat dicht op de huid filmen zonder hen persoonlijk ‘te kijk’ te zetten. Ik wil graag weten wat de spirit van een persoon of instelling die ik voor me heb, is. Zoals het Rijksmuseum en de personen die met de tentoonstelling te maken hadden bijvoorbeeld.  Die probeerde ik zo dicht mogelijk te benaderen.

Foto: Still uit ‘Nieuw licht: Het Rijksmuseum en de slavernij’ (2021).

Waarom heeft u gekozen om de documentaires op deze manier op te zetten, door in de documentaire dicht bij de verhalen van de mensen te blijven?

Ik heb gekozen voor diverse onderdelen: objecten en verhalen van slavernij, hoofdpersonages en hun verhalen (dus conservatoren van het museum en nazaten van de slavernij) en de thematiek van verandering binnen het Rijksmuseum. Dat was een moeilijke puzzel. Voor ik er aan begon ze iemand tegen  mij: ‘Oh mijn God, een tentoonstelling is al saai en dan ook nog een documentaire over een tentoonstelling. Dat is dubbel saai, dus kijk maar uit!’

Dat kwam helemaal niet zo over op mij. Juist het tegenovergestelde, zeker in afwisseling met die meer stilistische scènes.

Ja, dat is echt iets waar ik naar op zoek ben met de cameraman, Jurgen Lisse. Met Jurgen heb ik ook een aantal andere films gemaakt en we vinden elkaar heel erg in die stilistische scènes. Ik noem dat soort scènes ook “poëzie van film.” In de verbeelding kan alles en die helpt ons weer de dagelijkse werkelijkheid te benaderen.

Ik zag op uw website dat u bezig bent met het project Everyday Dignity, een film over Philomena Essed. Waarom heeft u ervoor gekozen om over haar een film te maken?

Zij interesseert mij omdat zij eigenlijk de eerste was in de jaren tachtig in Nederland die over racisme onderzoek deed. Zij wilde aantonen: ‘Jongens, er is hier gewoon racisme.’ Dat was echt een knal die binnenkwam toentertijd. Ik vind het wel interessant om te zien wie toen haar bondgenoten waren, onder andere prinses Irene, Anja Meulenbelt en Marion Bloem. Het is wel belangrijk om te zien dat er altijd mensen zijn geweest, in dit geval vrouwen, die gedurfd hebben. Die moedig zijn geweest om dingen aan de orde te stellen die toen nog niet common knowledge waren. Er was heel veel weerstand hiertegen.  Dat maakt mij nieuwsgierig. Hoe was het toen en hoe is het nu?

Ik merk zelf dat die weerstand er nog steeds is en dat slavernij en het koloniaal verleden ook in het onderwijs weinig naar voren komen.

Er zijn nu onlangs twee boeken verschenen, geschreven door diverse wetenschappers, over de betrokkenheid van Amsterdam en Rotterdam bij de slavernij en de slavenhandel. En deze weerstand. Dat is iets waar we mee om moeten leren gaan in de samenleving. Verwacht die weerstand. Maar misschien  is het juist ook onderdeel van de noodzakelijke veranderingen. Er moet gewoon een inhaalslag gemaakt worden.

Ik merk wel dat er een grote groep mensen van in ieder geval mijn leeftijd is die er gelukkig anders over nadenkt.

Dat moet je ook vasthouden, want in Nederland zijn hele generaties opgegroeid zonder kennis over het koloniale verleden en de slavernij en dat heeft natuurlijk ook een prijs. Dat laat zich ook zien in de samenleving; men kan het makkelijk van zich afschuiven omdat men geen kennis ervan heeft. Je wordt er niet vrolijk van natuurlijk, maar het is wel belangrijk om er van te weten, een beeld erbij te hebben, verhalen er over te kennen en je ertoe kunnen verhouden.

Als laatste, heeft u nog iets dat u de studenten mee wilt geven?

Ik vind het wel belangrijk dat studenten zich realiseren dat ze middenin de samenleving staan en er onderdeel van zijn. Dat ze dus meehelpen zoeken naar wat we kunnen benoemen als de waarheid. De waarheid is erg belangrijk en dat kan gaan over wat zich nu vandaag voordoet of wat zich driehonderd jaar geleden heeft voorgedaan. Dat maakt niet uit. Maar dat wil ik meegeven. Probeer die waarheid te zoeken in je eigen realiteit, jouw onderzoek en dat wat je leest. Daarbij moet je kritisch en moedig zijn. Dat hoort erbij.

Kijk hier de documentaire terug: https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2021/nieuw-licht-het-rijksmuseum-en-de-slavernij.html

Volg Ida Does via: http://www.idadoes.nl/